Zeker weten

Ooit, negen en dertig doelpunten geleden was hij het troetelventje van heel Nederland. De wereld stond voor hem open en de kranten en bladen beleden  hem eer om zeker te weten dat ze zijn exclusieve verhalen kregen.
Door zappend Nederland werd er geglimlacht als zijn moeder – toen een bekende medelander – hem publiekelijk en figuurlijk de oren waste in praatprogramma’s van glimmende veertigplussers.

En zijn stopwoord was ‘zeker weten’.

Boven, bij de balustrade waar de populaire jongens en meisjes stonden, hoorde men op de helft van de jaren negentig vanuit het geroezemoes in Club Sinners te Amsterdam vaak die uitdrukking vallen.

Onherroepelijk volgde er daarna het feromonaal gegiechel van de prachtig ogende skatjes die hem maar wat graag omringden met hun nauwe charmes.

Het leek wel op het geile kirren dat de vaderlandse voetbalpers deed of het zieke koketteren waaraan pulpmakend Holland zich bezondigde wanneer die uitdrukking viel in een interview of programma van hen.
Deze mediapooiers en hun kompanen gaven dan vaderlijk advies en waren zijn beste vrienden.
Zeker meende hij dat te weten.

En nu, tien jaar later, krijgt hij van geen van hen steun wanneer de pijn schreeuwt uit zijn daden.
O ja. Hij zal zich zeker weten door onze journalistiek geschoolde souffleurs verraden voelen.

Tijdloos getuigen hiervan de roekeloze interviews die hij, in een deprimerende poging om de klok terug te draaien, heeft gegeven aan de muilen met nat blikkerende tanden.
Aan de zinsbenadrukkingen en de versleuteling van de context van zijn woorden moet hij echter kunnen zien dat de gouden joker in zijn handen voor altijd is veranderd in de zwarte piet.

Zijn naam heb ik niet genoemd, maar ik heb het natuurlijk over de hakbalheelmeester en voetvirtuose vrijbuiter.
Een nu al archaïsche angel van Oranje en kaatsgrootvorst.
De strekking betreft de massaalorgasmeopwekkende punterproducent die tevens etablissementuitbater en omhaalomen werd. Promiscueuze patjepeer alsook balbehandelingsbaron. Het gaat over de intikkerstsaar die bovendien gekend is als knalhardkruisingsgeselende midvoor.
Nog specifieker betreft het de 1-2-3 afgeserveerde 433 boef.

Oppergodenzoon en irritante schoonzoon ineen.

Ik heb het over Kluivert.
De bruine baljuw die nooit meer topvoetbal zal bedrijven.

Omdat zielsblessures niet helen

-taalluister-


Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.